Circus, variété en cinema hebben veel met elkaar te maken. Eind negentiende, begin twintigste eeuw raakten korte filmpjes met circusacts in zwang, vertoond in reizende en later vaste bioscopen. Vanaf de twintiger jaren maakten bekende cineasten films met een plot en zich ontwikkelende personages in een circusarena. We zien daarin hun leven in een rondreizend circus, ingewikkelde en gevaarlijke driehoeksverhoudingen in de nok van de tent, de belevenissen van allerlei soorten clowns, de strijd om het voortbestaan en de sociale, maatschappelijke en politieke positie van het circus.
Circusfilms zijn er in alle soorten en maten. Van romantische komedies tot sociaal drama en van een road movie tot een politiek geëngageerde film. Het is een hybridisch genre dat van alle genres wel iets heeft overgenomen. In Circus & Cinema laat Dick Gilsing zien, hoezeer de piste en het witte doek elkaar beïnvloed hebben.
uit het voorwoord:
“Dit boekje, waarin ik het verband en de aantrekkingskracht tussen circus en film probeer te schetsen, is ontstaan uit mijn fascinatie, van jongs af aan, voor film en circus. Ik werd geboren tegenover de dorpsbioscoop, waar ik op mijn zesde de stomme film The Circus (1928) van Charlie Chaplin zag. Wat een capriolen haalde deze komediant uit op het slappe koord en in de leeuwenkooi. Om erbij te horen en indruk te maken op zijn liefje.
Kort daarna verhuisden we naar een nabijgelegen stadje. Pal naast ons huis streek twee keer per jaar een circus neer. Boltini, Althoff, Knie, Hagenbeck, Sarrasani, Renz, Strassburger en nog vele andere. Leeuwen brulden en olifanten trompetterden in onze oren. We kregen vrijkaartjes voor de middagvoorstelling en ’s avonds hoorden we in bed de aankondigingen van de spreekstalmeester, het klappen van de zweep, de muziek en de langgerekte aaah’s en oooh’s. Als het circus weg was, zochten we dubbeltjes en kwartjes in de cirkel waar de tent had gestaan. We wezen elkaar op de bleke rechthoeken en vierkanten in het gras: “Kijk, daar stond de leeuwenkooi, en daar de woonwagen van die gekke clown.” Zijn dochtertje paradeerde elke middag en avond met parasol op het slappe koord.
De Ierse auteur G.B. Shaw schreef: “Het circus heeft de stad verlaten. Het kind in ons blijft achter op de lege plek.” “








